Guilty plea in het strafrecht

EEN SCHOT IN DE ROOS OF EEN MAAT VOOR NIETS? 

Op 23 oktober 2015 werd door de ministerraad het wetsontwerp houdende wijzigingen van het strafrecht en het strafprocesrecht en houdende diverse bepalingen in de Kamer neergelegd. Het wetsontwerp werd gedoopt onder de naam Potpourri II.

Zoals reeds aangekondigd door de Minister van Justitie, Koen Geens, worden er in het wetsontwerp een aantal ingrijpende wijzigingen aan het Federaal Parlement voorgelegd.

Een van deze wijzigingen betreft 'de voorafgaande erkenning van schuld, ofwel guilty plea.'

In de common law systemen (waaronder Engeland, V.S.,...) bestond reeds de mogelijkheid voor de openbare aanklager om tot een overeenkomst te komen over de strafmaat op voorwaarde dat de verdachte de feiten bekende. Het systeem is in deze landen gekend als 'plea bargaining'. (vrij vertaald : een pleidooi om te onderhandelen).

Het nieuwe wetsontwerp beoogt de invoering van dit systeem in het Belgisch strafrecht.

Wanneer?

De procedure van voorafgaande erkenning van schuld kan plaatsvinden zowel tijdens het opsporingsonderzoek wanneer het dossier zich bevindt op het niveau van het parket, als in een gerechtelijk onderzoek bij de onderzoeksrechter.

In een gerechtelijk onderzoek is het wel enkel mogelijk nadat het dossier is doorverwezen naar de rechtbank. Dit logischerwijze om de onderzoeksrechter toe te laten het onderzoek te kunnen voeren en niet moeten stopzetten omwille van een éénzijdige beslissing van het parket.

Voorwaarden?

De belangrijkste voorwaarden zijn duidelijk. Het is vereist dat de dader geïdentificeerd is en dat de feiten worden bekend.

Daarnaast is het zo dat de feiten niet van die aard mogen zijn dat er een bestraffing zou moeten volgen van meer dan 5 jaar correctionele gevangenisstraf. Ook is de toepassing voor bepaalde specifieke misdrijven uitgesloten, waaronder zedenmisdrijven, doodslag en moord.

Tenslotte is het vereist dat de verdachte met kennis van zaken zijn instemming kan verlenen met het voorstel en dat de rechten van verdediging uit artikel 6 E.V.R.M. worden gewaarborgd. In navolging hiervan zal de advocaat een belangrijke rol spelen. Er dient immers te worden vermeden dat een ongeoorloofde druk wordt uitgeoefend op de verdachte om het voorstel van het Openbaar Ministerie te aanvaarden.

Initiatiefrecht

De beslissing om te opteren voor deze vorm van afhandeling van de strafvordering komt enkel toe aan het Openbaar Ministerie. Zij kunnen dit op eigen initiatief doen, dan wel op verzoek van de verdachte of zijn advocaat. Enkel het Openbaar Ministerie zal dus een voorstel kunnen formuleren aan de verdachte of beklaagde.

Rol van de advocaat

Zoals eerder vermeld wordt de rol van de advocaat enorm belangrijk voor zijn cliënt. Gelijklopend met het recht op bijstand van advocaat tijdens het eerste politieverhoor wordt ook in de procedure van 'guilty plea' de bijstand van een advocaat gegarandeerd.

De advocaat zal de mogelijkheid krijgen om inzage te nemen van het strafdossier en een vertrouwelijk overleg te hebben met de cliënt. Deze garantie op bijstand zal ervoor zorgen dat de verdachte of beklaagde voldoende geïnformeerd en met kennis van zaken overgaat tot erkenning van schuld en al dan niet aanvaarding van het voorstel van het Openbaar Ministerie. Deze bijstand is een minimumvereiste om de rechten van verdediging te kunnen waarborgen.

De verdachte of beklaagde heeft een termijn van 10 dagen om in te stemmen met het voorstel van het Openbaar Ministerie. Indien de instemming wordt gegeven zal dit worden geakteerd in een procesverbaal, hetgeen wordt ondertekend door verdachte of beklaagde, de advocaat en de Procureur.

Rol van de rechter

Tenslotte zal de overeenkomst voorgelegd worden aan de rechter ten gronde, die de overeenkomst kan bekrachtigen of de bekrachtiging ervan weigeren. Indien de overeenkomst door de rechter wordt bekrachtigd zal de overeengekomen straf worden uitgesproken.

De rechter zal wel nog dienen na te gaan of aan alle voorwaarden werd voldaan, de overeenkomst weloverwogen werd afgesloten, de correcte kwalificatie werd gegeven en de proportie van de straffen met de ten laste gelegde feiten.

Daarnaast zal de rechter bij deze proportionaliteitstoets eveneens rekening dienen te houden met de omstandigheden waarin de feiten werden gepleegd, de persoonlijkheid van de beklaagde en de bereidheid tot vergoeding van de schade.

Indien de rechter de overeenkomst weigert te bekrachtigen zal het dossier opnieuw worden overgemaakt aan het Openbaar Ministerie en kan een nieuwe overeenkomst worden opgemaakt. Hierbij dient uiteraard rekening te worden gehouden met de gemotiveerde opmerkingen van de rechtbank.

Tegen de beslissing op strafgebied door de rechtbank (bekrachtiging of weigering) staat geen hoger beroep open.

Vertrouwelijkheid

Tenslotte dient te worden gewezen op de aanwezigheid van een vertrouwelijkheidsclausule. Dit impliceert dat zolang het voorstel niet werd ondertekend de stukken niet mogen worden gevoegd aan het strafdossier of inzage van genomen.

Bovendien mogen de stukken, zolang er geen definitief vonnis is, niet tegen de beklaagde worden gebruikt in een andere procedure. Hetzelfde geldt wanneer de rechtbank het verzoek tot bekrachtiging afwijst.

Wat met de slachtoffers?

De slachtoffers zullen op de hoogte worden gebracht van de inhoud van de overeenkomst en de datum waarop het dossier op zitting zal worden gebracht. Op deze zitting zullen de slachtoffers de mogelijkheid hebben zich burgerlijke partij te stellen en hun schadevordering te begroten. Het is de rechtbank die uiteindelijk uitspraak zal doen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de burgerlijke vordering. Tegen deze beslissing is (in tegenstelling tot deze op strafgebied) wel een hoger beroep mogelijk.

Vermeldenswaard is tenslotte dat de bekrachtiging van de overeenkomst niet afhankelijk wordt gesteld van de voorafgaandelijke vergoeding van de schade, zelfs niet van het niet betwiste gedeelte. De rechtbank zal daarentegen wel rekening houden met de bereidheid van de beklaagde om de slachtoffers te vergoeden. Vanzelfsprekend schuilt het voordeel voor de slachtoffers in de voorafgaande erkenning van schuld waarop zij zich kunnen beroepen.

Besluit : Het voorstel van de Minister beoogt een vereenvoudigde wijze van afhandeling van bepaalde strafzaken. Een nieuwe procedure die in principe de middenweg is tussen de alternatieve afhandeling van de strafvordering (minnelijke schikking en strafbemiddeling) en een proces ten gronde waarbij debatten worden gevoerd voor de rechtbank.

Indien de procedure van voorafgaande erkenning van schuld wordt toegepast zal er dus geen debat meer worden gevoerd voor de rechtbank over de feiten zelf. De Minister beoogt hiermee enerzijds de ontlasting van de correctionele- en politierechtbanken en anderzijds de vermindering van de duurtijd van strafprocedures.

De toekomst zal uitwijzen of deze nieuwe vorm van afhandeling van de strafvordering een succesformule is. Bovendien zal er eerst een debat worden gevoerd in de Kamer, waarbij er nog wijzigingen aan het ontwerp kunnen worden aangebracht.

De vraag is overigens of de parketten het vervolgingsbeleid zullen afstemmen op deze vorm van afhandeling van strafzaken.

De in 1994 ingevoerde procedure van 'snelrecht' (oproeping bij proces verbaal) wordt, althans in Vlaanderen, beduidend weinig toegepast door het Openbaar Ministerie.

Mr. Raf STERKEN

raf.sterken@argusadvoacten.be

© 2015 Argus Advocaten