SCHADEVERGOEDING BIJ BLIJVENDE LICHAMELIJKE LETSELS (CASSATIE-ARREST 25.04.2019)

Wanneer u het slachtoffer bent van een verkeersongeval of een ander schadegeval, kan het zijn dat u hieraan lichamelijke letsels overhoudt.

De aard en de omvang van uw lichamelijke letsels zal worden onderzocht door een geneesheer, met name uw eigen raadsgeneesheer (aangesteld via uw verzekeringsmaatschappij), of de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij van de andere partij of een onafhankelijke gerechtelijke geneesheer-deskundige.

Deze geneesheer zal uw lichamelijke letsels vaststellen, beschrijven en waarderen in een geneeskundig verslag dat wordt opgesteld in de vorm van een consolidatieverslag of gerechtelijk deskundigenverslag.

Wat betreft uw lichamelijke letsels kan er, behalve tijdelijke ongeschiktheid, ook sprake zijn van blijvende ongeschiktheid (na ‘consolidatie’).

De blijvende ongeschiktheid wordt onderverdeeld in blijvende persoonlijke ongeschiktheid (B.P.O.) en/of blijvende huishoudelijke ongeschiktheid (B.H.O.) en/of blijvende economische ongeschiktheid (B.E.O.).

Er bestaan in de rechtspraktijk drie wijzen van vergoeding voor de schade bij blijvende ongeschiktheid: geïndexeerde rente, kapitalisatiemethode of forfaitaire vergoeding.

De toekenning van een geïndexeerde rente houdt in dat het slachtoffer voor de toekomst een geïndexeerd (al dan niet herzienbaar) periodiek bedrag ontvangt.

Vergoeding door kapitalisatie impliceert de omzetting in een kapitaal van alle periodieke bedragen over de periode waarover de vergoeding na de rechterlijke uitspraak verschuldigd is. Er wordt toepassing gemaakt van een kapitalisatiecoëfficiënt die wordt bepaald in functie van een aantal factoren.

Bij forfaitaire vergoeding wordt een vast bedrag toegekend via vooraf vastgelegde vergoedingscriteria. Dit forfaitair bedrag wordt bepaald op grond van een tabel die de vergoeding per graad van ongeschiktheid weergeeft in functie van de leeftijd van het slachtoffer.

In de rechtspraktijk wordt vrij zelden toepassing gemaakt van de toekenning van een geïndexeerde rente, en wordt de schadevergoeding meestal vastgelegd ofwel via kapitalisatie ofwel forfaitair.

Als slachtoffer bent u gebaat bij een schadebegroting op basis van de kapitalisatiemethode, en niet op basis van de forfaitaire methode, aangezien de schadevergoeding na kapitalisatie steevast hoger zal uitvallen.

Indien de betrokken partijen niet tot een onderling akkoord kunnen komen over de precieze begroting van de schadevergoeding, zal worden overgegaan tot een gerechtelijke procedure bij de rechtbank.

De rechter oordeelt in ieder concreet geval over de berekeningswijze van de schadevergoeding bij blijvende ongeschiktheid, rekening houdend met een aantal feitelijke elementen waaronder (maar niet uitsluitend) het toegekende percentage blijvende ongeschiktheid (persoonlijk – huishoudelijk – economisch).

De rechtspraak oordeelt vrij verdeeld bij betwistingen over de wijze van vergoeding in geval van blijvende ongeschiktheid. Nochtans zou men kunnen stellen dat in de voorbije jaren de rechtspraak eerder gekozen heeft voor toekenning van een forfaitaire vergoeding dan voor toepassing van de kapitalisatiemethode.

In een vrij recent arrest van 25.04.2019 heeft het Hof van Cassatie uitspraak gedaan in een casus over de vergoedingswijze bij blijvende ongeschiktheid van een slachtoffer.

Het Hof van Cassatie herhaalt de gangbare principes dat het slachtoffer recht heeft op het volledige herstel van de geleden schade en dat de rechter in concreto de geleden schade raamt.

Ook hanteert het Hof van Cassatie een zeer interessante redenering als volgt:

De rechter kan een begroting van de schade naar billijkheid toepassen op voorwaarde dat hij de redenen opgeeft waarom hij de door het slachtoffer voorgestelde berekeningswijze niet kan toestaan en hij daarenboven de onmogelijkheid vaststelt om de schade anders te bepalen.

Verder kan in het arrest van het Hof van Cassatie ook nog de volgende stelling gelezen worden:

Trefwoorden:Wanneer het slachtoffer om kapitalisatie vraagt voor het herstel van blijvende schade, rechtvaardigt het vonnis waarin wordt erkend dat die schade blijvend is, niet haar beslissing om die schade forfaitair te vergoeden door te stellen dat die schade, ook al is zij blijvend, noch de bestendigheid noch de periodiciteit vertoont die de kapitalisatie impliceert en dat het dus onmogelijk is om de schade anders dan door middel van een forfaitaire methode vast te stellen. Deze overwegingen hebben betrekking op het bestaan en de aard van de schade, maar niet op de wijze van raming ervan.

De vermelde beginselen worden door het Hof van Cassatie toegepast op de vergoeding van blijvende ongeschiktheid op moreel (persoonlijk) vlak én op huishoudelijk vlak én op economisch vlak.

Op grond van de principes uiteengezet in het arrest van 25.04.2019 van het Hof van Cassatie, zal het minder eenvoudig zijn voor een rechter die moet oordelen over de vergoedingswijze bij blijvende ongeschiktheid, om de vraag van het slachtoffer tot kapitalisatie van de vergoeding van zijn blijvende schade te weigeren.

In ieder geval zal de rechter uitvoeriger en specifieker moeten motiveren om welke reden(en) desgevallend de vraag tot kapitalisatie afgewezen wordt en toch voor de forfaitaire methode gekozen wordt.

Of dit arrest van het Hof van Cassatie zal leiden tot meer rechterlijke uitspraken waarin geopteerd wordt voor de toepassing van de kapitalisatiemethode, zal de rechtspraak in de komende jaren gaan uitwijzen.

Bij verdere vragen kan u steeds terecht bij één van onze specialisten.

Stef BRUGMANS

© 2015 Argus Advocaten