Ontslag in tijden van corona - deel III

In de vorige delen van deze nieuwsbrief werd de aandacht gevestigd op het feit dat er een wetsvoorstel op tafel lag dat ervoor zou zorgen dat tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in het kader van corona tijdens de opzeggingstermijn deze termijn schorst.

Op 15 juni 2020 keurde de Kamer uiteindelijk de Wet tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven voor of tijdens de periode van tijdelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht ingevolge de COVID-19-crisis, goed.

Deze Wet, die slechts drie artikels telt, bepaalt vooreerst dat zowel de werkgever als de werknemer tot opzegging kunnen overgaan wanneer hun arbeidsovereenkomst geschorst is wegens tijdelijke overmacht in het kader van corona.

De regel die geldt in geval van tijdelijke werkloosheid wegens een gebrek aan werk omwille van economische redenen, nl. dat de werknemer in dat geval de arbeidsovereenkomst kan beëindigen zonder naleving van een opzeggingstermijn dan wel betaling van een verbrekingsvergoeding, geldt dus niet voor de werknemer wiens arbeidsovereenkomst geschorst is wegens tijdelijke overmacht in het kader van corona. Hij zal een opzegtermijn dienen te betekenen en (desgevallend) te presteren.  

Vervolgens wordt voorzien dat de opzeggingstermijn die betekend werd door de werknemer voor of tijdens de periode waarin de arbeidsovereenkomst geschorst is wegens tijdelijke overmacht in het kader van corona, verder loopt tijdens deze schorsing. Een werknemer die opzegt, kan dus gedurende de hele opzegtermijn tijdelijk werkloos zijn wegens overmacht in het kader van corona.

Indien het evenwel de werkgever is die de arbeidsovereenkomst opzegde, dan wordt voorzien dat deze termijn niet verder loopt tijdens de periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in het kader van corona die hierop volgen.

Vermits de Raad van State in haar advies i.v.m. een vorig wetsvoorstel over dit onderwerp oordeelde dat iedere vorm van retroactieve werking uit den boze is, gaat de regel dat tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in het kader van corona de door de werkgever betekende opzeggingstermijn schorst pas in op datum van inwerkingtreding van de Wet van 15 juni 2020. In haar laatste artikel bepaalt de Wet van 15 juni 2020 dat ze in werking treedt op de datum waarop ze gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad, nl. op 22 juni 2020.

Concreet betekent dit dat de dagen tijdelijke werkloosheid die dateren van voor 22 juni 2020 de opzeggingstermijn betekend door de werkgever niet schorsen. De opzeggingstermijn liep tijdens deze dagen gewoon door. De Wet van 15 juni 2020 heeft dus geen gevolgen voor de opzeggingstermijnen die reeds volledig verstreken waren voorafgaand aan  22 juni 2020. De dagen tijdelijke werkloosheid vanaf 22 juni 2020 schorsen en verlengen de opzeggingstermijnen dan weer wel.

Uitzondering op de regel dat tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in het kader van corona de opzeggingstermijnen betekend door de werkgever vanaf 22 juni 2020 schorsen betreft de opzeggingstermijn die reeds een aanvang nam voor 1 maart 2020. Het betreft opzeggingen die geen verband houden met de coronacrisis. Periodes tijdelijke werkloosheid schorsen deze opzeggingstermijnen niet, ook al dateren ze van na 22 juni 2020.

 

Veerle SCHEYS

Advocaat-vennoot

Veerle.scheys@argusadvocaten.be

© 2015 Argus Advocaten