De invordering van onbetwiste schulden tussen ondernemingen wordt een louter administratieve procedure zonder tussenkomst van de Rechtbank

Het is een bijzonder oud maar immer actueel zeer : de ondernemer die beschikt over een onbetwiste schuldvordering maar het tijdsverloop moet ondergaan van een gerechtelijke procedure waarin de debiteur alles in het werk stelt om tijd te winnen alvorens eindelijk vonnis te bekomen en een gerechtsdeurwaarder te kunnen gelasten met de gedwongen uitvoering van het vonnis … in de hoop dat de debiteur inmiddels niet insolvabel werd.

De wet van 02.08.2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties was zeker een stap in de goede richting, o.m. waar deze wet bij contractueel stilzwijgen de vervaldatum van de vordering bepaalt en zo ook de vergoeding van de door de wanbetaling ontstane schade in de vorm van een wettelijk bepaalde intrest en een forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de eigen invorderingskosten met daar bovenop ook nog het recht op een redelijke schadeloosstelling voor alle andere invorderingskosten welke dat vaste bedrag te boven gaan en die ontstaan zijn door de laattijdige betaling.

Achterstallige betalingen zijn er in belangrijke mate de oorzaak van dat ondernemingen in moeilijkheden komen, soms zelfs failliet gaan.

Om het tijdverlies en de kost van een gerechtelijke procedure te vermijden alsook onder druk van de Europese regelgeving (art. 10 Richtlijn 2011/7/EU van het Europees parlement en de Raad van 16 februari 2011) om dergelijke invorderingsprocedure te voorzien, wordt het Belgisch Gerechtelijk Wetboek uitgebreid met een nieuw hoofdstuk, met name ‘Invordering van onbetwiste geldschulden’ dat uiterlijk op 01.09.2017 in werking moet treden.

De doelstelling van de wetgever is om enerzijds de Rechtbanken te ontlasten, anderzijds de schuldeiser de mogelijkheid te geven sneller betaling te ontvangen van onbetwiste schuldvorderingen.

Op verzoek van de advocaat zal een gerechtsdeurwaarder de onbetwiste schuld kunnen innen zonder dat er eerst een procedure voor de Rechtbank moet gevoerd worden.

De voorwaarden van deze “vereenvoudigde incasso” zullen zijn :

- het moet gaan om geldschulden van professionelen en dit met betrekking tot hun professionele rechtsverkeer. 

Een aantal schulden ontsnappen dus aan de toepassing van de wet :

  • schulden van of ten aanzien van publieke overheden (de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de instellingen van openbaar nut en, in het algemeen, aan alle publiekrechtelijke rechtspersonen – cfr. art. 1412 bis Ger. W.)
  • wanneer de schuldeiser of de schuldenaar geen inschrijving heeft in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  • wanneer de schulden volgen uit handelingen die niet gebeurden zijn in het kader van de activiteiten van een onderneming.
  • bij faillissement, gerechtelijke reorganisatie, collectieve schuldenregeling of andere gevallen van wettelijke samenloop is de invorderingsprocedure evenmin mogelijk.
  • wanneer de schulden het gevolg zijn van niet-contractuele verbintenissen zoals vb. een schuld ingevolge onrechtmatige daad (tenzij er omtrent de schulden een overeenkomst tot stand kwam of nog als er een schuldbekentenis bestaat of nog als het handelt om schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

- de geldschuld moet onbetwist zijn, vaststaan en opeisbaar zijn op datum van de aanmaning. De hoegrootheid van de som is niet van tel maar indien er aanspraak gemaakt wordt op een schadebeding en een intrest die 10 % van de hoofdsom te boven gaan, is deze incasso-procedure niet meer mogelijk.

Het is de advocaat die “als eerste rechter” zal oordelen of de vordering invorderbaar is en of het bedrag van 10 % hoofdens schadebeding en intrest al dan niet overschreden wordt. Is uw advocaat van oordeel dat er aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan, dan geeft hij de gerechtsdeurwaarder opdracht over te aan tot de invordering.

De debiteur zal dan van de gerechtsdeurwaarder eerst een aanmaning tot betaling ontvangen met duidelijke omschrijving van de verbintenis die tot de schuld aanleiding gaf en die de gevorderde sommen omschrijft en motiveert.

De debiteur heeft dan een maand om te reageren, hetzij door te betalen hetzij door (gemotiveerd) betalingsmodaliteiten te vragen, hetzij door de schuld gemotiveerd te betwisten d.m.v. een antwoordformulier dat hij aan de gerechtsdeurwaarder terug bezorgd.

Bij betaling of gemotiveerde betwisting, houdt de procedure uiteraard op hetzij omdat de vordering door de betaling uitdoofde hetzij omdat de vordering wel degelijk betwist is en er dus geopteerd moet worden voor de normale rechtsgang voor de bevoegde Rechtbanken.

Bij gemis aan betaling of verzoek om betalingsmodaliteiten (of bij niet naleving daarvan) en gemis aan betwisting, stelt de gerechtsdeurwaarder ten vroegste acht dagen na het verstrijken van de maand een proces-verbaal op van niet-betwisting dat na uitvoerbaarverklaring door een controle-magistraat van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een uitvoerbare titel vormt op basis waarvan de gerechtsdeurwaarder kan overgaan tot de gedwongen uitvoering (beslag).

Dirk Vandecasteele.

 

© 2015 Argus Advocaten