Pop-up: tijdelijke verhuring

De tijd dat het fenomeen ‘Pop-up’ enkel geassocieerd werd met een restaurantafvalrace hebben we al enige tijd achter ons gelaten. Op enkele jaren tijd maken de pop-upwinkels inherent deel uit van de lokale economie en detailhandel. De pop-upformule schept een dubbel economisch voordeel: eigenaars van leegstaande panden kunnen alsnog hun vastgoed verhuren en ondernemers kunnen voor een korte termijn beschikken over een handelspand als tijdelijke afzetmarkt of opstap naar een duurzame vestiging.

Er zijn wat vragen gerezen over het juridisch kader waarbinnen deze vorm van pop-upverhuring van panden diende geplaatst te worden. Hoewel op het eerste gezicht het voorwerp van een pop-upwinkel overduidelijk aansluit bij de voorwaarden van de handelshuur, nl. het drijven van kleinhandel, dient toch gesteld te worden dat de weinig voorkomende uitsluiting van de Handelshuurwet toegepast dient te worden.

De Handelshuurwet is immers niet van toepassing op de zgn. gelegenheidshuur, de huur die wegens de aard of de bestemming van het goed of volgens de gebruiken normaal wordt toegestaan voor minder dan 1 jaar. Nu reeds even aanstippen dat de looptijd van een pop-uphuur langer kan zijn dan 1 jaar, zolang maar de kwalificatie als ‘pop-up’ kan blijven gerechtvaardigd worden.

De constructie van een pop-upwinkel is voldoende ingeburgerd en algemeen gekend, zodat de uitsluiting uit de Handelshuurwet kan ingeroepen worden. Een pop-upwinkel heeft immers het opzet om zeer tijdelijk – afhankelijk van de periode of van het product – een handel te voeren. De loutere intentie van de huurder om het pand tijdelijk te huren is echter onvoldoende en is bij eventuele betwisting maanden later niet meer te achterhalen. Het voorwerp en doel van de verhuring dient nauwkeurig omschreven te worden in de overeenkomst. Het principe van de pop-upuitbating als essentiële voorwaarde moet opgenomen in de overeenkomst om zo de handelshuurwet definitief uit te schakelen en te verhinderen dat huurder en verhuurder voor een periode van 9 jaar gebonden zijn.

De principes van het gemeen huurrecht zijn dus van toepassing en hierin speelt de contractuele vrijheid een grote rol. Dit heeft wel tot gevolg dat de bescherming van de handelshuurder eveneens buiten toepassing wordt verklaard. Daarnaast kan wegens succes een langdurige verhuring na verlenging ontstaan, zodoende dat de omschrijving van de opzegmogelijkheden van de huurder en verhuurder onontbeerlijk is. Een huurovereenkomst die op maat wordt gemaakt, lijkt meer dan eens aangewezen.

Wenst u als huurder of verhuurder uw rechten optimaal te vrijwaren, aarzel dan niet om onze specialisten te contacteren voor advies, bijstand of de redactie van de noodzakelijke overeenkomsten.
Wij staan graag ter uwer beschikking.

Gert DAMIAANS

© 2015 Argus Advocaten