Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders

In het Wetboek van Economisch Recht (WER) zijn een aantal gronden opgenomen van persoonlijke (al dan niet hoofdelijke) aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap in geval van faillissement:

 1/Aansprakelijkheid voor kennelijk grove fout bij faillissement (art. XX.225 WER)

 -In geval van kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement;

 -Ernstige fiscale fraude wordt in elk geval beschouwd als kennelijk grove fout;

 -Zowel de curator als elke benadeelde schuldeiser (onder bepaalde voorwaarden) kunnen de vordering instellen;

 -Geldt voor alle vennootschapsvormen met uitzondering van ondernemingen met een omzet van minder dan 620.000 euro en met uitzondering van verenigingen en stichtingen met vereenvoudigde boekhouding;

 2/Aansprakelijkheid voor RSZ schulden bij faillissement (art. XX.226 WER)

 -Persoonlijke aansprakelijkheid voor RSZ schulden geldt voor bestuurders van alle ondernemingen ongeacht hun rechtsvorm;

 -Bestuurders kunnen op vordering van de RSZ of van de curator persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van alle sociale bijdragen die op het ogenblik van het faillissement verschuldigd zijn en zulks:

 Indien zij in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring betrokken zijn geweest bij minstens twee faillissementen of vereffeningen van ondernemingen waarbij de sociale zekerheidsbijdragen onbetaald zijn gebleven.

 Voor zover zij bij die eerder failliet verklaarde of vereffende ondernemingen ten tijde van de faillietverklaring, ontbinding of aanvang van de vereffening tevens een bestuurdersfunctie hebben gehad.

 3/Aansprakelijkheid voor ‘wrongful trading’ bij faillissement (art. XX.227 WER)  

 -Wanneer een deficitaire activiteit of reddeloos verloren onderneming zonder kans op beterschap werd verdergezet, kan de bestuurder die wist of behoorde te weten door de curator aansprakelijk worden gesteld;

 -Geldt voor huidige en vorige bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden van een directieraad of van een raad van toezicht alsook voor ‘feitelijke bestuurders’;

 -Deze bestuurders kunnen, uitsluitend op initiatief van de curator, aansprakelijk worden gesteld voor het netto-passief;

  

Op 28 februari 2019 werd het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) goedgekeurd. Het nieuwe Wetboek zal in werking treden op 01 mei 2019 en dit in verschillende fases.

Zo is het nieuwe Wetboek vanaf 01 januari 2020 ook van toepassing voor bestaande vennootschappen.

Een bestuurder van een Belgische rechtspersoon zal in de toekomst niet langer onbeperkt aansprakelijk zijn (invoering van een ‘cap’).

De bestuurdersaansprakelijkheid wordt beperkt tot bepaalde maximumgrenzen op basis van omvang en grootte van de onderneming.

De aansprakelijkheidsbeperking zal gelden zowel voor contractuele als voor buitencontractuele aansprakelijkheid, zowel ten aanzien van de vennootschap als ten aanzien van derden, doch met uitzondering van (1) wettelijke garantieverplichtingen (2) bijzondere aansprakelijkheid voor fiscale en RSZ schulden (3) herhaaldelijke (niet-toevallige) lichte fouten, zware fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden (4) hoofdelijke aansprakelijkheid naar aanleiding van faillissement (‘wrongful trading’).

Het plafond zal gelden voor alle bestuurders samen, per feit of geheel van feiten dat tot aansprakelijkheid aanleiding geeft (ongeacht het aantal eisers / vorderingen).

Feitelijke bestuurders zullen op dezelfde wijze aansprakelijk zijn als formeel benoemde bestuurders.

Aan de andere kant komt er een verbod op exoneratie- en vrijwaringsbedingen op grond waarvan de rechtspersoon of zijn dochterentiteiten de bestuurder, zaakvoerder, dagelijks bestuurder, lid directieraad of raad van toezicht op voorhand vrijstellen van of vrijwaren tegen aansprakelijkheid.

Steven VANDEBROEK


 

© 2015 Argus Advocaten