ONBELAST BIJVERDIENEN TOT 6.130 EURO PER JAAR VIA STATUUT VRIJETIJDSWERK

Sinds 15 juli 2018 is de regeling voor het nieuwe statuut van 'vrijetijdswerk' in werking. Deze regeling kwam tot stand naar aanleiding van het Zomerakkoord van 2017.

De reden voor de totstandkoming van dit derde stelsel, naast vrijwilligerswerk en de reguliere arbeid, is het oneigenlijke gebruik van beide stelsels. In het kader van vrijwilligerswerk werden zo bijvoorbeeld hogere vergoedingen uitgekeerd dan wettelijk toegestaan. Omdat de vergoedingen te beperkt waren en mede doordat de activiteiten niet op regelmatige basis werden uitgeoefend, was het in deze gevallen ook niet gepast om van reguliere arbeid te spreken. Deze oneigenlijke toepassingen van vrijwilligerswerk zorgden voor een noodkreet aan wettelijke invulling die voornamelijk voortkwam uit de sportsector.

De meeste taken in de sportsector vragen voor meer dan een loutere onkostenvergoeding zoals deze in het kader van vrijwilligerswerk, terwijl de reguliere arbeidswetgeving ook niet gepast is daar deze te zwaar is voor de beperkte activiteiten en taken die dienen uitgeoefend te worden.

De regeling van vrijetijdswerk werd ontwikkeld om de ‘grijze zone’ tussen vrijwilligerswerk en de reguliere arbeidswetgeving, zoals hierboven beschreven, in te kleuren.

Wat houdt deze regeling in?

Deze gunstregeling is niet toegankelijk voor eenieder. Er zijn drie categorieën van personen die er gebruik van kunnen maken: werknemers die minstens 4/5de werken; zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerden. Komen niet in aanmerking: studenten, werklozen, huisvrouwen/huismannen.

De regeling is bovendien ook beperkt wat betreft de activiteiten die uitgeoefend mogen worden. Ook hier zijn er drie categorieën: diensten van burger aan burger, verenigingswerk en de deeleconomie. Elk van deze categorieën heeft zijn eigen kenmerken die verder zullen worden besproken. 

Iedere persoon die onder een van de bovenvermelde categorieën behoort en die bijklust binnen een van de drie bovenstaande categorieën van activiteiten, zal kunnen genieten van een belastingvrijstelling, inclusief vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen.

Deze vrijstelling is beperkt tot activiteiten met een inkomstenplafond van € 6.130 (bedrag inkomsten 2018) op jaarbasis. Verder mogen de inkomsten uit diensten van burger aan burger samengenomen met verenigingswerk, niet meer dan € 510,83 (bedrag inkomsten 2018) per maand bedragen. Voor de categorie ‘deeleconomie’ geldt dit plafond van maandinkomsten echter niet.

Diensten van burger aan burger

Diensten van burger aan burger betreffen noodzakelijkerwijze diensten aangeboden door een privépersoon aan een andere privépersoon. Het moet bovendien ook gaan om occasionele klussen. Indien er enige vorm van regelmaat aan te pas komt, vallen de activiteiten niet langer onder het stelsel van vrijetijdswerk.

Voor diensten van burger aan burger dient de bijklusser zelf aangifte te doen van de activiteit via de onlinedienst bijklussen.be.

Via deze dienst kan tevens ook een lijst van toegestane activiteiten worden geraadpleegd. Enkele activiteiten die behoren onder de categorie ‘diensten van burger aan burger’ zijn: bijles geven, op de kinderen passen, kleine huishoudelijke taken uitoefenen of de huisdieren uitlaten. Let wel, indien deze activiteiten op regelmatige basis worden uitgeoefend vallen ze niet langer onder het onbelaste statuut.

Verenigingswerk

De regelgeving van vrijetijdswerk is enkel van toepassing binnen de non-profit sector. Verenigingsvormen die in aanmerking komen zijn dan ook Vzw’s, feitelijke verenigingen of openbare besturen.

Het is toegestaan dat een vereniging zowel bepaalde activiteiten aan vrijwilligers uitdeelt als aan vrijetijdswerkers. Een beperking op deze regel is echter dat eenzelfde persoon niet tegelijkertijd zowel vrijwilliger als vrijetijdswerker kan zijn binnen eenzelfde vereniging. Een kleine nuancering: dit kan wel indien hij als vrijwilliger volledig zonder vergoeding, dus ook zonder onkostenvergoeding, activiteiten verricht.

De aangifte gebeurt door de vereniging via de onlinedienst bijklussen.be. Ook voor deze categorie van bijklussen kan via de onlinedienst een lijst met toegestane activiteiten geraadpleegd worden. Enkele van deze activiteiten zijn: monitor speelpleinwerking, sportscheidsrechter en cultuurgids.

Deeleconomie

De activiteiten binnen de deeleconomie hebben geen maximum aan maandinkomsten. Voor deze activiteiten geldt dus enkel het jaarlijks plafond van € 6.130.

Zelfstandigen die willen bijklussen binnen de deeleconomie dienen aan een bijkomende voorwaarde te voldoen: zij mogen hun hoofdactiviteit niet uitoefenen binnen de deeleconomie, elke andere activiteit is wel toegestaan.

Ook met betrekking tot de aangifte van activiteit wijkt de regeling van de deeleconomie af. De aangifte van deze activiteiten dient niet te gebeuren via de onlinedienst bijklussen.be, maar via de belastingbrief.

Het gunstregime geldt tevens ook enkel voor activiteiten verricht via een erkend platform van de deeleconomie. Een lijst van deze erkende platformen kan worden teruggevonden via de officiële website van de FOD Financiën.

Jennifer VRANKEN & Johan NULENS

 

© 2015 Argus Advocaten